Zwijgen, keeping silent, swygen, 不做聲, tylėti

Vanmorgen had Jan Hautekiet het erover op Radio 1. Rond vruchtbaarheidsbehandelingen hangt nog steeds een taboe. Rond alleenstaande moeder willen worden ook, in mindere mate. Dat merkte ik zelf toen ik maanden geleden een open en eerlijke blogpost schreef over mijn wens om B.A.M. (bewust alleenstaande mama) te worden. Geen geschokte of negatieve reacties die mij wezen op het taboe, maar berichtjes die ik kreeg om me te prijzen voor mijn eerlijkheid en mijn moed. Eerlijkheid blijkt niet zo voor de hand liggend al het over je eigen falende lijf gaat.

Wie me kent weet dat die openheid voor mij geen uitzondering is. Ik heb geen privé – leven, om het even zo te stellen. Ben je mijn vriend, zelfs mijn kennis, dan weet je wanneer ik de laatste keer gehuild heb of de laatste keer verliefd was.

Bijna geen geheimen hebben, heeft zo zijn voordelen.

Ben ik droevig, dan zijn er altijd wel mensen die me een hart onder de riem steken. Ben ik ontgoocheld of mislukt er iets, er is altijd iemand die me troost en steunt. En opkroppen doe ik zelden.

Maar in mijn hele pad naar het moederschap, begon ik plots het voordeel van geheimen en taboes te begrijpen. Ik heb 6 niet gelukte inseminatie pogingen achter de rug. Dat betekent 6 ontgoochelingen. Dat betekent, in mijn geval, ook zeer veel mensen die, gelukte ICSI poging inclusief, ongeveer een jaar vroegen of ik al zwanger was en waarom het niet lukte.

De inzet leek steeds hoger te worden, want iedereen keek mee. Ik leek een pokerspeler met een veel te grote mond die niet kon bluffen.

Misschien dat het taboe rond vruchtbaarheidsbehandelingen daarom nog heerst, want niemand wordt graag keer op keer geconfronteerd met die ontgoocheling, met het falen.

En de druk nam toe. Als je er even niet aan dacht, was er iemand die me eraan herinnerde. Want ik kon wel geen zin hebben om er over te praten, maar mijn omgeving greep mijn openheid dankbaar aan. Die nieuwsgierigheid werd niet de kop in gedrukt, mede dankzij mijn eigen aangeven dat het nu hun kans was om te vragen wat ze maar wilden.

Intussen stroomde mijn hoofd over van mijn toekomstige baby en zwangerschap. Mijn hersenen schreeuwden even hard als een pasgeboren baby met reflux. En net dan hoorde ik steeds dezelfde raad: laat het los, niet mee bezig zijn, en dat komt vanzelf.

Maar ik wist exact wanneer ik vruchtbaar was, wanneer de beste zwemmers aan hun tocht begonnen en mogelijk mijn grootste wens konden waar maken. Loslaten was geen optie.

Reden nr. 2 voor het taboe is de confrontatie met eigen lichamelijke tekortkomingen.

Het lijkt, keer op keer, je eigen falen dat je nog niet zwanger bent.

Hoewel de verstandige ik dit rationeel snel horizontaal wist te klasseren, bleef het  het onzekere meisje iets anders fluisteren. De ontgoochelingen leken voedsel voor haar mijmeringen.

Mijn hoofd schreeuwde het uit. “Je kan geen man vinden èn dan kan je ook nog eens niet zwanger raken?? Ben jij wel een echte vrouw? Bij 70% lukt het wèl na 5 keer, waarom bij jou dan niet?” Mijn hart fluisterde gelukkig dat ik door moest zetten.

Comparison is the thief of joy, aldus meneer Roosevelt. Al is dat even makkelijk gezegd als “laat het los”….