Communiezieltje

Vandaag ging Lenne – Louise voor de eerste keer naar de opvang. Een wendagje van 9 tot 12 om,  zoals de naam het zegt, baby te laten wennen aan de opvang. Al is dat meer om mama te laten wennen aan de opvang, zo lijkt me.
Mijn dag begint met buikpijn, een dik uur later gevolgd door tranen wanneer ik dochterlief afgeef aan de lieve dames van de opvang. Ik kan zelfs niet wachten tot ik in de auto zit om te huilen. De hele autorit lang stop ik niet met wenen. Ik moet mijn dochter achterlaten, want maandag begin ik terug te werken. Of hoe ik me op slag een minder goede moeder voel…

Want daar steekt dat verdomde schuldgevoel alweer de kop op. Yep, alweer! Net zoals toen ik haar de eerste avond bij mijn ouders liet en er stiekem van genoot even mijn ding te doen. Of net zoal toen ik stopte met borstvoeding op 9 weken, omdat het mama wat te zwaar werd. Mijn communiezieltje speelt op, en of ik daar blij mee ben laat ik in het midden.

Omdat het noodzakelijk is om geld te verdienen, is het niet meer dan normaal dat mijn kindje op 12 weken al naar de opvang gaat. Toch? Ze zal het daar wel goed doen en het is goed voor haar om meer mensen en kinderen rond zich te hebben. Toch? Of maak ik dat mezelf wijs? Want het voelt natuurlijker aan mijn kleine baby nog maanden bij me te houden, op te voeden, groot te trekken en vast te houden. Voor ons moeders (en vaders) zou dat wel nog werken, maar “hier bij ons” werkt dat zo niet meer.

En ook word ik boos van dat schuldgevoel. Of van de steeds weerkerende vraag of ik nu toch wel 4/5e ga werken zeker. Er wordt mij een schuldgevoel aangepraat, als werkende moeder. En laat ons eerlijk zijn, de werkende vader krijgt die vraag zelden, zeg maar nooit.

Ik herinner mij levendig het gesprek dat ik maanden geleden had met mijn vriendinnen, op een morgen in de lobby van een hotel, tellend als stevig ontbijt. Hoe zij steeds, beiden met drie kinderen, de opmerking kregen dat zij best een druk leven hadden, ondanks hun kinderen. Dat zij steeds moesten horen hoe anderen dachten over hun fulltime baan en vrijetijdsbesteding, gevolgd door verwonderde (zeg maar verwijtende) blikken wanneer de vriendinnen op de barricades sprongen en een lans braken voor werkende mama’s. Ik bewonderde hen, met hun drie kinderen en vooral hun overtuigingskracht en doorzetting. En tegelijk bewonderde ik hen voor hun eerlijke tranen, die snel daarop volgden, net omdat ze nog dagelijks verzwolgen werden door schuldgevoel opzichtens hun kinderen.

Dus vandaag, wanneer ik mijn dochter de eerste keer afzet in de opvang, huil ik. Misschien niet enkel voor mezelf, maar voor alle mama’s die worstelen, waarschijnlijk met hun GSM’s in de hand, uren turend naar foto’s van hun vlees – en – bloedjes.