5

Ik breng Kerst 2016 door bij familie. Tantes lijken ervan overtuigd dat ik zwanger ben, want ik heb een gloed. In 2017 zou ik vast mama worden!

Maar mijn lichaam blijkt nog altijd niet te doen wat het moet doen. Die derde inseminatie poging, waar ik twee weken zwanger bleek, heeft mijn lichaam niet veel geleerd. Opnieuw word ik geconfronteerd met mijn falen. Poging 5 mislukt ook.
De klap is deze keer te zwaar en een paar dagen staan de tranen me in de ogen en rollen ze zelfs over mijn wangen in het midden van een volgeboekt restaurant. Ik ga even niet werken. De positiviteit waarmee ik door het leven zwier, is verdwenen. Plots lijkt het allemaal niet meer zo de moeite.

Het is te zwaar en misschien moet het gewoon niet zo zijn?

Mijn familie en vrienden blijven me een hart onder de riem steken en dat is hartverwarmend, want onmacht heerst ook bij hen. Ik krijg een brief en een postkaart uit onverwachte hoek die me tot tranen toe bewegen, gevuld met de vurigste wens om mijn geluk. Een geweldige vriend en ik gaan rondhangen in Ikea, lachen om de domste dingen. We negeren even de babyafdeling.

Ik ga zelfs op zoek naar een andere toekomst. Hoewel een kind mijn enige “to do” in het leven zou zijn, begin ik te vergoelijken waarom ik er misschien toch geen moet krijgen. Ik zou mijn leven lang vrijwillig coach bij YAR Vlaanderen kunnen zijn. Géén kind zorgt voor meer vrijheid, vrijheid om de wereld af te reizen. Ik kan voor 2 en niet gewoon voor 1 pleegkind zorgen, wat ik altijd al wou doen…

En dan doet “fight or flight” zijn werk. Mijn vechtlust verschijnt langzaam terug ten tonele. Mijn regeneratief vermogen laat me zelden in de steek.

Het is wat het is. Loslaten noemen ze dat.